Jan Bouman Nederland, 1945-2019
Jan Bouman (1945-2019) werd geboren in Enschede als oudste zoon in een gezin met zeven kinderen. Zijn vader was ook een begenadigd tekenaar, maar kreeg als zoon van een textielarbeider maar weinig begrip voor zijn artistieke uitingen dus was van een beroep als kunstenaar geen sprake. Ook Jan werd een loopbaan in de kunst afgeraden, toch ging hij studeren aan de Hochschule für Bildende Kunst in Berlijn, waar hij zich ontwikkelde tot een kunstenaar met een uitzonderlijke technische beheersing en een geheel eigen beeldtaal.
Bouman vond zijn inspoiratie in de schilderkunst uit de late gotiek, de periode net voor de rennaisance, waar zoals hij zelf zei "de eerste stappen op de weg van het perspectief gedaan werden, maar aan de andere kant nog een heleboel magie aanwezig was". Tijdens zijn opleiding van 1968 tot 1973, raakte hij ook sterk geboeid door de Duitse Nieuwe Zakelijkheid (Neue Sachlichkeit), waarvan de heldere vormentaal, de zorgvuldige compositie en de psychologische geladenheid een blijvende invloed op zijn werk zouden uitoefenen.
Hoewel Boumans schilderijen en tekeningen onmiskenbaar figuratief zijn, stond het natuurgetrouw weergeven van de zichtbare werkelijkheid nooit centraal. Zijn voorstellingen ontstonden uit een langdurig proces van tekenen, herinneren en reconstrueren. Waarnemingen uit het dagelijks leven, oude foto's, schetsen en vluchtige indrukken vormden vaak het vertrekpunt, maar werden gedurende het creatieve proces losgemaakt van hun oorspronkelijke context. Zo ontstonden beelden die tegelijkertijd vertrouwd en raadselachtig aandoen: een werkelijkheid die niet letterlijk is waargenomen, maar opnieuw is opgebouwd vanuit het geheugen.
Tekenen vormde de onmisbare basis van Boumans kunstenaarschap. Zijn grote beheersing van de menselijke anatomie stelde hem in staat de werkelijkheid niet eenvoudigweg te registreren, maar haar bewust naar zijn hand te zetten. Anatomische verhoudingen worden verschoven, perspectieven verliezen ongemerkt hun vanzelfsprekendheid en het licht volgt eerder de logica van de compositie dan die van de natuur. Deze ogenschijnlijk kleine ingrepen verlenen zijn werk een stille spanning en een psychologische diepgang die zich niet onmiddellijk prijsgeven.
De menselijke figuur neemt een centrale plaats in binnen zijn oeuvre. Vrouwen verschijnen als monumentale, haast tijdloze gestalten. Hun terughoudende houding en afgewogen gebaren roepen een sfeer op die ongrijpbaar is. Mannen verschijnen doorgaans in maatpak wat hij zelf omschreef als "Het kostuum geldt in mijn werk als een tweede huid, een soort prototype of metafoor voor de man. Net zoals je bijvoorbeeld in het werk van Magritte de man altijd verbeeld zag met bolhoed en kostuum, doe ik dat ook - maar dan op mijn manier." Zonder surrealistisch te worden, bezitten Boumans schilderijen een opmerkelijke vervreemding: niet doordat zij het onmogelijke tonen, maar doordat de vertrouwde werkelijkheid uit haar evenwicht wordt gebracht. Boumans voorstellingen laten zich niet in één oogopslag doorgronden, maar onthullen bij iedere beschouwing nieuwe verbanden tussen vorm, ruimte en betekenis. Zijn kleurgebruik is al even karakteristiek als zijn vormentaal. Heldere, zorgvuldig op elkaar afgestemde kleuren en krachtig aangezette schaduwen verlenen zijn schilderijen een opvallende helderheid en versterken de monumentale aanwezigheid van zijn figuren.
Gedurende zijn carrière exposeerde Jan Bouman veelvuldig in binnen- en buitenland. Zijn werk was te zien in talrijke galerie- en museale tentoonstellingen en is opgenomen in particuliere en openbare collecties. Morren Galleries had de eer Jan Bouman gedurende vele jaren tot aan zijn overlijden in 2019 exclusief te mogen vertegenwoordigen. Zijn veel te vroege overlijden betekende niet alleen het verlies van een uitzonderlijk kunstenaar, maar ook van een heel bijzonder mens. Zijn oeuvre neemt nog altijd een prominente plaats in binnen de geschiedenis van de galerie.
