Chris Tap Nederland, 1973
Chris Tap (1973, Amsterdam)
Chris Tap studeerde economie en culturele antropologie voordat hij fulltime beeldhouwer werd. Hij ontwikkelde zijn passie als autodidact, maar als zoon van beeldhouwer Wim Tap (1938) werd het creatieve proces hem al van jongs af aan bijgebracht. Toch hadden hun stijlen weinig met elkaar gemeen: waar zijn vader de essentie van vorm zoekt via intuïtieve, abstracte steenbeeldhouwkunst, creëert Chris Tap uiterst realistische dierensculpturen, gedreven door nauwkeurige anatomische observatie en precisie.
Zijn vader nam hem mee naar Artis, waar hij zijn eerste levensgrote roofdieren maakte. Naast het bestuderen van anatomie bracht hij veel tijd door in dierentuinen, vooral Artis. Daar kreeg hij de kans om een geobserveerde, geanaesthetiseerde jaguar van dichtbij te bestuderen, te meten, aan te raken en te fotograferen. Dankzij zijn grondige kennis van dierenanatomie creëert Tap natuurgetrouwe indrukken die tot in het kleinste detail zijn uitgewerkt.
Het werk van Tap concentreert zich op krachtige dieren zoals panters, leeuwen, gorilla's, stieren en roofvogels. Uitgevoerd voornamelijk in brons of marmeren composiet, worden zijn sculpturen gekenmerkt door een opvallend naturalisme, gecombineerd met een sterk gevoel van aanwezigheid en spanning. In plaats van zijn onderwerpen te idealiseren, legt Tap dieren vast in momenten van alertheid, rust of beheerste kracht, waardoor hun fysieke kracht en individualiteit op natuurlijke wijze naar voren komen. Grote aandacht gaat uit naar musculatuur, houding en oppervlakdetail, wat resulteert in sculpturen die zowel monumentaal als levendig aanvoelen. Door zijn onderwerpen op ware schaal te presenteren, nodigt hij uit tot een directe, bijna confronterende ontmoeting tussen kijker en dier.
Het werk van Chris Tap is breed tentoongesteld in galeries en beeldentuinen en is opgenomen in talrijke privé- en publieke collecties. Hij heeft tevens sculpturen gemaakt in opdracht van onder andere UEFA, Puma, Cartier en Artis.
